Gaston Feremans werd geboren te Mechelen op 20 mei 1907. Zijn lagere school en oude humaniora heeft hij gevolgd aan het St-Romboutscollege aldaar. Zijn eerste lessen in de muziek (piano en harmonie) kreeg hij van Staf Nees, maar hij volgde reeds van zijn 10de jaar de lessen notenleer en piano aan het Mechels conservatorium. Tijdens zijn humaniora was hij gedurende vijf jaar titularis van het orgel in de kapel van het college.

In 1934 werd Feremans aangesteld tot directeur van de muziekschool te Aalst; hij heeft ondertussen al een eerste groot werk op zijn actief: het oratorium "Johannes de Doper", op tekst van priester Frans Vermuyten. Ondanks de zware karwei die het ambt van directeur voor hem betekende (administratie, leraar in een achttal vakken, leider van het orkest, en dirigent van enkele koren), voltooide hij in 1935 een "Symfonisch Poema"(in memoriam César Franck, in 1936 een eerste (en enige) "Symfonie in C moll", en in 1937 zijn tweede oratorium "Maria", eveneens op tekst van Frans Vermuyten.
De banden met zijn geboortestad Mechelen heeft Feremans nooit gebroken: hij bleef er dirigent van het Mechels Gemengd Koor en mocht de muziek componeren van het Mariaal Openluchtspel "De Legende van O.-L.-Vrouw van Hanswijk" (op tekst van Anton Michel) dat uitgevoerd werd op de IJzeren Leen te Mechelen, tijdens de Hanswijkfeesten van 1938.
In augustus 1939 krijgt Feremans in Aalst de opdracht om op tekst van Renaat Vandaele een "Priester Daens cantate" te componeren. Het was zijn laatste compositie vóór het uitbreken van Wereldoorlog II, en deze had tot gevolg dat het werk nooit werd uitgevoerd.
Begin 1940 besluit Feremans met zijn gezin terug naar Mechelen te gaan wonen, alhoewel hij het directeurschap in Aalst verder blijft uitoefenen. In de nazomer van 1941 werd het koor 'Het Vendel' opgericht, aldus genaamd naar het eerste koorwerk dat werd ingestudeerd, gecomponeerd door Jan Hoogensteyn (XVde eeuw). Met dit koor gaf Feremans tientallen concerten, van West-Vlaanderen tot Limburg, met een programma dat ging van de oude polyfonisten tot de moderne Vlaamse koorwerken.
Overal liet dit optreden een overweldigende indruk na. Meermaals werd op dit koor een beroep gedaan, 't zij door de plaatselijke gemeentebesturen, 't zij door cultuurorganisaties. Ook voor de radio werden tientallen concerten gegeven.
Van 1 mei 1942 tot einde 1943 volgde Feremans Arthur Meulemans op als Directeur der Muziekdiensten van het N.I.R. op verzoek van Wies Moens, tot hij in 1943 uit protest tegen de bemoeienissen en censuur van de Duitse overheid het radio-instituut verliet. Toch zou het feit dat hij die functie had uitgeoefend, hem zwaar aangerekend worden. Bij de bevrijding werd Feremans op 9 september 1944 aangehouden.
De periodes die hij 'gedwongen' doorbracht in Lokeren en Mechelen, behoren tot de meest productieve in zijn leven. Naast het "Gebed voor het Vaderland" componeerde Feremans nog drie missen voor mannenkoor (o.a. de "Missa Recollectionis), de psalm "Christus vincit", en nog talrijke motetten en liederen, alles samen een zestigtal werken.
Op 23 maart 1947 komt Feremans vrij, en vervoegt zijn gezin dat inmiddels is uitgeweken naar Antwerpen, en gevestigd is in de woning van zijn schoonouders, Brialmontlei 26. Hij heeft geen inkomen meer, want zijn functie van directeur in Aalst is hem ook ontnomen. Maar toch kan hij tamelijk snel de leiding nemen van een gemengd koor, 'Uilenspiegel' en wordt in 1948 organist aan de St-Augustinuskerk. In 1951 is hij als organist aan de St-Antoniuskerk verbonden, welke functie hij tot in 1962 zal blijven waarnemen. De gezondheid van Feremans gaat meer en meer achteruit, en na een weinig succesvolle uitvoering in 1954 van het oratorium 'Johannes de Doper' in de Koninklijke Vlaamse Opera te Antwerpen, dient hij met spoed opgenomen in het Sanatorium Joostens te St-Antonius-Brecht, waar hij na een betrekkelijk korte tijd van totale rust, opnieuw aan het componeren gaat.
Hij krijgt er de opdracht van de Paters Minderbroeders uit Hasselt tot het componeren van het oratorium 'Laudes Valentini' op tekst van pater Radulf Konings, een hulde aan pater Valentinus Paquay, ook het 'Heilig Paterke' genoemd. Dit werk wordt in 1956 zesmaal uitgevoerd op verschillende plaatsen in de provincie Limburg, onder leiding van de toondichter, en zou nogmaals uitgevoerd worden in de Elisabethzaal te Antwerpen, ditmaal onder leiding van Hendrik Rijcken.
Ondertussen is Feremans zowat de 'huiscomponist' geworden van het Antwerpse St-Lievenskoor, en verleent hij ook zijn medewerking aan de concerten die door Willem de Meyer in samenwerking met de B. R. T. ingericht werden onder de titel "Mijn land is Vlaanderen". Hier kwamen nu plots al de gedroomde gelegenheden voor Feremans om zelf orkestraties te verzorgen (bezoldigde opdracht van de B.R.T.) van eigen werk en van werk van andere toondichters, naast tal van bewerkingen en arrangementen.
Alhoewel hij reeds menigmaal had meegedaan aan de compositiewedstrijden voor beiaard,uitgeschreven door de Beiaardschool van Mechelen, was hij er nog nooit in geslaagd de hoofdprijs te behalen (éénmaal 2de in 1951 achter Henk Badings). In 1958 lukte het hem dan toch met zijn 'Sonatine voor beiaard', waarmee hij de 'Expoprijs' won. Hij kreeg dat jaar ook met de cyclus 'Kleine Jaarkrans van geestelijke en wereldlijke liederen' de aanmoedigingsprijs in de 'Compositiewedstrijd Lodewijk Mortelmans', uitgeschreven door het Noordstar - Boerhaave-Fonds.

Einde 1959 begint Feremans aan de compositie van zijn vierde oratorium 'Het Bronzen Hart', bestemd voor de viering van de 60ste verjaardag van Staf Nees, en de creatie had plaats op 17 september 1961 in de toenmalige Groentehallen te Mechelen, onder de directie van de jarige. Een tweede uitvoering op 8 april 1962 in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel werd gedirigeerd door de toondichter zelf. Nog éénmaal zou Feremans de dirigeerstok hanteren, en wel tijdens het 31ste Willem de Meyer concert op 29 september 1963, waarop hij speciaal gehuldigd werd.
Ondertussen had hij nog twee opdrachten gekregen: één van het toenmalige Ministerie van Vlaamse Cultuur om alle psalmen van Jules Van Nuffel te orkestreren, en een tweede van de V.T.B. - V.A.B. om een 'Geuzen symfonie' te componeren.
Beide werken werden wel begonnen maar niet beëindigd. Ten gevolge van een hersenvliesontsteking stierf Gaston Feremans in Berchem op 11 februari 1964, en op zijn eigen verzoek werd hij te Mechelen begraven op 15 februari 1964.
Info: tel./fax 03.235.49.50 e-post: jan.feremans@planetinternet.be