|
Iedereen kent heel wat van zijn liedjes, maar kent u ook Armand Preud'homme ? |
Zijn vader,
Gerard Joseph Preud'homme, huwde in 1892 met Maria Anna Van Roy en nam in 1894 zijn
intrek in Peer, waar hij schoolhoofd was en benoemd werd tot organist.
Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren: Sylvain, Alfons, Jeanne, Eugenie en de jongste telg: Armand, geboren op 21 februari 1904.
Er zat muziek in het gezin en de alom gekende liedjes van Emiel Hullebroeck werden er ook vaak gezongen.
Van jongsaf kreeg hij zijn eerste opleiding van zijn vader en zaten zij vaak samen op het dokzaal om te oefenen.
Op dertienjarige leeftijd kreeg hij een gedicht in handen dat zijn broer Sylvain vanuit het seminarie naar huis schreef. 'Herinnering' was de titel en dit werd zijn eerste liedcompositie.
Geboeid door Fonske Storms, een begaafde, blinde muzikant en tevens organist, groeide van jongsaf de belangstelling en waardering van de jonge Armand voor het volkslied.
Al was muziek zeer belangrijk, het was geen 'vak' zei vader...
Armand werd naar de Regentenschool gestuurd in Sint-Truiden, maar mocht wel terzelfdertijd in Hasselt orgelschool volgen bij Arthur Meulemans.
Deze zag in hem een uitzonderlijke muzikale bekwaamheid en gaf hem de raad zich te bekwamen aan het Lemmensinstituut te Mechelen.
Na zijn eerste academiejaar bleek hij een zodanig schrandere leerling, dat hij onmiddellijk mocht overgaan naar de hogere afdeling.
Hij kreeg les van Flor Peeters, Marinus de jong en Jules Van Nuffel en eindigde als laureaat in 1928 .
Nog datzelfde jaar werd hij benoemd als organist in de Sint-Amandskerk te Geel.
Om de kost te verdienen begon hij op aanraden van zijn broer Alfons in Geel met een fotozaak.
Maar dat werd voor Armand een té belastende taak.
Hij werd benoemd als leraar in de muziekschool te Geel en ontmoette er Emiel Hullebroeck die ambtshalve zijn inspecteur was.
Aan deze contacten bewaarde hij mooie herinneringen.
Tijdens zijn vrije uren gaf Armand privé muzieklessen o.a. aan de drie zusjes Verhulst.
In 1931 huwde hij Eveline, de jongste van de zusjes en tevens een knappe violiste.
In zijn nieuwe woonplaats, Geel schreef Armand zijn eerste liederen die bij de bevolking en ver daarbuiten veel succes oogstten.
Van de organisatoren die de jaarlijkse viering van «Sint-Dimphna» verzorgden, kreeg Armand de opdracht muziek te schrijven voor een nieuw toneelspel, gewijd aan hun patroonheilige. Bij de uitvoering ervan leidde Armand Preud'homme ook het orkest.
Toen hij spontaan aanvaardde om de vaste dirigent te worden bij de fanfare van de 'Vlaamse Katholieken' werd hij voor het eerst geconfronteerd met 'dorpspolitiek'.
Zijn werkgever, de deken van Sint-Amands, weigerde Armand Preud'homme de toelating te geven om de opdracht van dirigent te aanvaarden.
Met dr.Verwaest, één van zijn belangrijkste tekstdichters, trok Armand naar het bisdom...en kreeg daar wél de toelating. Maar van de deken kreeg hij 'de bons'.
In Geel ontstonden zijn twee meest verspreide liederen. In 1938 «Op de purp'ren hei» in opdracht van het toenmalige radioprogramma 'de Zonnekloppers' en op kerstdag 1941 werd «Susa Ninna» voor het eerst uitgevoerd te Geel.
De steeds grimmiger wordende sfeer rond de dreiging van W.O.II heeft Armand Preud'homme en zijn jonge gezin op een onwaarschijnlijke wijze erg getroffen
Zijn benoeming tot directeur van de Muziekschool in Mortsel maar vooral het enorme succes met zijn staplied 'Kempenland' - dat door toedoen van Willem De Meyer een echte 'topper' werd - werden hem kwalijk genomen met als pijnlijk gevolg: de beroving van zijn rechten en een maandenlange gevangenisstraf.
Merkwaardig detail: waar Armand Preud'homme zich bij het componeren van liederen steeds door aangepaste teksten liet inspireren, stond de melodie van dit staplied al geruime tijd op papier. Ruim een jaar later, tijdens een toevallige ontmoeting, vroeg Armand Preud'homme aan Jozef Simons om een tekst te schrijven voor deze melodie.
Het werd: « Kempenland, aan de Dietse kroon... »
Ook al was Armand Preud'homme niet de tekstdichter, deze vanzelfsprekende, door sommigen niet begrepen tekst, van Jozef Simons bracht de componist en zijn gezin zwaar in moeilijkheden.
Zelfs zijn medewerking als jurylid bij de organisatie van een zangwedstrijd voor jongeren werd bestraft.
Pas in 1949 wordt hij vrijgesproken van alle blaam en schuld, en besluit de rechter met een opdracht aan de veroordeelde: “en schrijf nog maar véél mooie liederen!”
Het gezin met drie kinderen, (Jozef, Walter en Annemie) trok zich terug in het Waalse Assesse, maar kon er moeilijk aarden, zodat het zich in '47 in Antwerpen vestigden.
Om 'den brode' volgde een tijd van stempelen, musiceren op bals, verkoop van Hammondorgels tot hij in café-restaurant Bristol te Antwerpen vaste organist werd.
Maar ook daar werd Armand, tijdens een optreden in het bijzijn van Camiel Huysmans, die als bewonderaar van Peter Benoit ook veel sympathie had voor de Limburger Armand Preud'homme, nogmaals het slachtoffer, maar nu voor zijn lied 'Voor Outer en Heerd', dat, in de toen heersende 'schoolstrijd' werd gezongen tijdens de veelvuldige en soms harde betogingen in het Vlaamse land.
Toen bekend werd dat de daar spelende organist ook de toondichter was van dit lied, werd hij op staande voet 'aan de deur gezet'.
Merkwaardig détail : Jozef Simons, dichtte deze tekst, waarop Armand n.a.v. de herdenking van de 'Boerenkrijg' de melodie schreef.
Op het ogenblik van de feiten was Jozef Simons reeds tien jaar overleden...
Het aanbod om muziekleraar te worden aan de beroepsschool voor meisjes bij de Ursulinen in Hasselt ('57) en later aan de Limburgse orgelschool aldaar, gaven nieuwe impulsen aan zijn creativiteit.
Hij kende geen rust en schreef in die periode naast een massa liederen ook enkele 'zangspelen'.
Vanaf de jaren zestig was zijn doorbraak een feit en werd hij alom gevierd en met onderscheidingen overladen.
27 jaar na het ontstaan van het lied 'Op de purp'ren Hei' werd de operette in de KVO te Antwerpen een 'kassucces' met 13 uitverkochte voorstellingen.
Meermaals dirigeerde hij op het Vlaams Nationaal Zangfeest.
In opdracht van het Ministerie van Cultuur trok hij met Willem De Meyer naar Zuid-Afrika om er het Vlaamse Lied te promoten.
Hij schreef muziek op Afrikaanse teksten en zelfs een zangspel: 'Die lied van die ou meule'.
Het gezin met drie kinderen trok naar Hasselt en nam zijn intrek in huize 'Susa Ninna' vlakbij het openluchtmuseum van Bokrijk.
Op 8 mei '70 werd in de reeks 'ten Huize van' in opdracht van de BRT-Vlaamse Televisie door Joos Florquin een schitterende uitzending gewijd aan Armand Preud'homme. Tijdens deze boeiende gesprekken kreeg Armand de kans om over zijn leven 'de waarheid en niets dan de waarheid' te vertellen.
In 1974 vierde men in gans Vlaanderen zijn 70ste verjaardag en krijgt hij zelfs nationaal eerbetoon..
Hij wordt tot ereburger van Geel uitgeroepen en gans Vlaanderen brengt hem in datzelfde jaar een nationale hulde in de zaal Roma te Borgerhout.
Omwille van de wankele gezondheid van Armand neemt het echtpaar, eind 1985 zijn intrek in hetzelfde appartements-gebouw van hun oudste zoon Jozef in Edegem.
Vrijdag 7 februari '86, op de drempel van zijn 82ste verjaardag, overleed Armand Preud’homme in het Vesaliusziekenhuis te Brasschaat.
Zaterdag 15 februari nam Vlaanderen zingend afscheid van deze onsterfelijke volkse toondichter.
De massaal bijgewoonde uitvaartmis in de kerk van O.-L.-Vrouw te Edegem groeide uit tot een dank- en huldeconcert.
Op het erepark van het Schoonselhof werd hij begraven. Dank zij de rijke liederschat blijft Armand Preud'homme nog steeds bij het Vlaamse volk leven.
Naar Gust Teugels